Dit is een boek waar ik steeds weer in lees. In Wandelen, een filosofische gids beschrijft de Franse filosoof Frédéric Gros wandelen als filosofische daad en als spirituele ervaring. Wandelen kalmeert de geest, waardoor je tot nieuwe inzichten kunt komen. Buiten wandelen maakt niet alleen filosofen maar iedereen vrij om te denken. We zijn er letterlijk uit, we hebben niets anders te doen dan de ene voet voor de andere zetten en de omgeving op ons in laten werken.
Tussen ommetje en meerdaagse tocht
Wat is daar voor nodig? Een dagelijks ommetje in het park, te voet naar kantoor of je loopje naar de bakker? Lange dagtochten of meerdaagse wandelingen, een pelgrimage misschien? Het werkt allemaal, laat Gros zien, aan de hand van leven en werk van filosofen en schrijvers, cultuurhistorische essays en bespiegelingen over zijn eigen ervaringen – hij is een fervent wandelaar.
Filosofen en schrijvers
Het dagelijkse ommetje was voor de filosoof Immanuel Kant (1724-1804) onmisbaar om zijn gedachten te ordenen. Na langdurig bureauwerk liep hij elke dag stipt op dezelfde tijd een uur in het park van zijn woonplaats.
Omgekeerd werkte Friedrich Nietzsche (1844-1900) wandelend. Hij liep zo veel en zo lang mogelijk buiten en gaf het schrijven niet meer tijd dan de noodzakelijke rustpauze voor het lichaam. Wandelen maakte zijn geest vrij van de gedachten van anderen.
Vrijheid
Het boek heeft meer hoofdstukken over filosofen en schrijvers. Helder en toegankelijk beschrijft Gros de rol van wandelen in leven en werk van Arthur Rimbaud, Jean-Jacques Rousseau, David-Henry Thoreau, de Griekse wijsgeren van de school van de Cynici en schrijver Gérard de Nerval. Woedend vluchten, wakend dromen, het wilde van de natuur en in onszelf veroveren, autonomie nastreven, of melancholiek dolen: wandelen geeft vrijheid.
Pelgrimeren
Wat we nu pelgrimeren noemen, is zo oud als de mensheid. In tegenstelling tot vluchten, zwerven of dolen is het cultureel gereglementeerd. Het heeft een vaste vorm met een bepaald verloop, eindpunt en doel.
In de christelijke pelgrimages, met de drie grote routes naar Jeruzalem, Rome en Santiago de Compostella, gaat het om devotie, boete doen, zuivering voor de bede aan een heilige, en god danken.
Voorbeelden uit andere culturen die Gros geeft zijn pelgrimages voor geestelijke wedergeboorte (naar en rond de berg Kailash, Tibet); voor innerlijke transformatie door zuivering (naar de bronnen van de Ganges, India); en voor het herstel van het kosmische evenwicht (naar de San Luis Potosí-woestijn, Mexico om de magische cactusvrucht peyotl te oogsten).
Een apart hoofdstuk wijdt Gros aan de lange protestmarsen die Mahatma Gandhi leidde in zijn verzet van burgerlijke ongehoorzaamheid voor de onafhankelijkheid van India. De geweldloosheid van wandelen, met zijn langzame tempo, kalme kracht en onverstoorbaarheid, maakte het geweld van de Britse overheersers te schande.
Naar buiten
Voor wie zich nu wat kleintjes begint te voelen en ‘gewoon’ uit wandelen wil: het boek heeft 17 kortere en langere essays waarin je de wandelaar Frédéric Gros leert kennen. Bijvoorbeeld in zijn beschrijving van ‘buiten’ als je element, het landschap dat van jezelf wordt door er te wandelen. Of hoe de traagheid van wandelen je lichaam langzaam doordrenkt met de natuur en het landschap om je heen.
Onthaasten
Voor vertragen is nooit iets beters gevonden dan wandelen, stelt Gros. Het maakt je stil, want je hoeft niets anders te doen dan lopen, ademhalen, kijken, voelen en luisteren. Je krijgt een gevoel van eeuwigheid, los van het verleden, ervaringen en plannen. Dat leidt tot gevoelens van welzijn als plezier, vreugde, geluk en sereniteit. Je geest wordt evenwichtig door de traagheid en het herhalende karakter van wandelen.
Herhaling is geen verveling
De herhalende beweging maakt wandelen eentonig en saai. Gaat de wandelaar zich dan vervelen? Nee, zegt Gros. Verveling is de onrust en kregelheid van je geen raad weten met jezelf. Terwijl de regelmaat van wandelen rust brengt. De herhaling leidt tot concentratie, uniciteit en vervolgens loslaten. Wie zijn ritme gevonden heeft, kan enorme afstanden doorwandelen.
Eenzaam maar niet alleen
Dat ritme vinden we het beste als we in onze eigen eenzaamheid wandelen. De grens van die eigen eenzaamheid ligt wat Gros betreft bij een gezelschap van vier wandelaars die elkaar met rust weten te laten. Hij is een groot voorstander van alleen lopen. Als je je pas naar die van anderen moet regelen, komt je lichaam minder goed mee.
Bovendien is wie alleen loopt niet alleen. Ondergedompeld zijn in de natuur betekent een permanente prikkel. Alles wat je ziet is van jou, wandelend bezit je de wereld. En: je wandelt altijd met zijn tweeën, want er is een doorgaande dialoog tussen lichaam en geest.
Wandelende denkers
Wandelend worden we ons bewust van de energie van ons lichaam, de zwaartekracht die ons met de aarde verbindt en de ruimte waarin we ons voortbewegen. Je lichaam in beweging zetten geeft harmonie en vrijheid om je geest tot leven te laten komen. Dan kun je, zoals de achterflap van het boek belooft, maar zo ontdekken dat je een wandelende denker*) bent.
*)Wandelende denksters?
Dat er in dit veelzijdige boek geen enkele vrouw voorkomt, maakt me mopperig. Meer zo nu ik in Het wilde-vrouwenpad heb gelezen hoe vrouwelijke filosofen, schrijvers en avonturiers hun eigen pad kiezen, en dat altijd hebben gedaan. Verbeterpunt!
Wandelen – een filosofische gids
Frédéric Gros
Nederlandse vertaling: Liesbeth van Nes
2019, De Bezige Bij, 254 pgs
Deze compacte uitgave is alleen nog tweedehands te krijgen.
In 2022 is een herziene editie verschenen, 336 pgs, met acht nieuwe hoofdstukken en illustraties.




